Chic? Niet per se, maar na vijftien jaar wel ingeburgerd: de advocaat als uitzendkracht

Onderstaand interview met Christ'l Dullaert, verscheen 31 augustus jl. in De Jurist

______________

 image003

Deze week is het vijftien jaar geleden dat Christ'l Dullaert de Nederlandse advocatuur verraste met Le Tableau, een uitzendbureau voor interim-advocaten. Op een warme ontvangst hoefde ze niet te rekenen: de Nederlandse Orde van Advocaten lag onmiddellijk dwars en ook onder advocaten klonk scepsis. Anno 2020 is de interimmer niet meer weg te denken uit de advocatuur. De Jurist belde met de grande dame van de uitzendkracht en vroeg haar in hoeverre zij dat als haar verdienste ziet.

 

'Oh, het was beslist niet chic om als advocatenkantoor een tijdelijke kracht in te huren!,' herinnert Dullaert zich over de beginperiode van Le Tableau. Een novum in een markt waar het begrip interim-jurist binnen de overheid en het bedrijfsleven al lang en breed was geaccepteerd, behalve binnen de advocatuur, waar het als taboe gold.

Dat de sector indertijd niet op haar diensten zat te wachten, blijkt wel uit een publicatie in het FD uit de zomer van 2005. Toenmalig managing partner van Van Doorne Herman de Haan kon zich 'niet voorstellen' ooit gebruik te zullen maken van een uitzendkracht, en ook Anita Verbeek van het kleinere kantoor Palthe Oberman zag geen heil in het concept. Volgens haar willen klanten vooral een vast aanspreekpunt, geen tijdelijk persoon. 

Die kritiek was opmerkelijk, want interimmers waren ook toen al niets nieuws. Het Nederlandse Legal Flexforce van ondernemer Ilonka Jankovich bijvoorbeeld, was al sinds 1996 op de markt actief. Het grote verschil met Le Tableau is volgens Dullaert dat Legal Flexforce vooral klussen deed bij bedrijven en de overheid. 'Wat ik wilde was puur voor de advocatuur.' Acquisitietechnisch beter behapbaar en Dullaert haalde er ook plezier uit om de 'weerbarstige' advocatuur uit te dagen.

 

KGB

Die weerbarstigheid uitte zich in een vijandige opstelling van de Orde van Advocaten. Deken Els Unger noemde het businessmodel 'onhelder' en wees er in een interview met het in 2005 piepjonge Advocatie op dat het runnen van een uitzendbureau voor advocaten niet mag volgens de advocatenregels. Dullaert kreeg te horen dat ze met haar nieuwe concept niet mocht adverteren in het ledenblad van de Orde.

Ze ontving een intimiderend telefoontje. 'Er luistert nu iemand van het Advocatenblad mee', vertelde een Orde-bestuurslid haar. 'Ik had het gevoel dat ik werd geschaduwd door de KGB!' Het woordje 'uitzendbureau', dat Dullaert op haar website en op brochures gebruikte, stootte de beroepsorganisatie tegen het zere been, zo bleek. Een advocaat mag in de regel niet in dienst zijn bij een niet-advocaat. Le Tableau werd mede gerund door de man van Dullaert, geen jurist.

 

Brochures de prullenbak in

Dat maakte overigens allemaal niet uit, weet ze, want juridisch klopte alles. Ze had er speciaal de hulp van twee oud-dekens voor ingeschakeld: Marcel Schyns voor het opstellen van de contracten en in de Raad van Advies zat Jeroen Brouwer, die de Orde van 2002 tot 2005 voorzat.

 

'Op zijn advies besloten we uiteindelijk om voor depragmatische oplossing te gaan en het woord uitzendbureau te laten vallen', vervolgt ze. 'Zes dozen met brochures konden de prullenbak in.' Een kleine tegenvaller, maar Le Tableau kon van start. Terwijl die herfst de eerste opdrachten binnendruppelden, kwam ook de Orde zelf met een verzoekvoor een interimmer. De klus ging uiteindelijk niet door, maar Dullaert kan er desondanks nog altijd om lachen. 

Het lachen is haar door de jaren heen niet vergaan. De club van twintig freelancers waar Le Tableau mee begon, is uitgegroeid naar een poule van ongeveer 800 mensen. Een interimmer inschakelen is in de advocatuur inmiddels normaal geworden, net als het aan de slag gaan als zzp'er.

 

Niet meer sneu

'Je bent als zzp'er allang niet meer de sneue advocaat die het niet tot partner schopte', zegt Marijn Rooymans, de oprichter van Lawyerlinq, een website waar zzp'ers juridisch werk kunnen vinden en andersom. Chic vinden veel partners het overigens vaak nog steeds nietom een interimmer binnen te halen, zegt Rooymans. 'Partners hebben toch vaak liever hun eigen mensen.'

Dat neemt niet weg dat het concept bij andere kantoren alweer zo ingeburgerd is dat ze zelf interim-advocaten aanbieden, ziet Dullaert. Omdat ze doorgaans geen groot personeelsnetwerk hebben, vreest ze hun concurrentie niet. 'Als ik een opdracht krijg, moet ik minstens tien mensen bellen want acht kunnen er niet. De een is op vakantie, de ander heeft al een opdracht, weer iemand heeft een gebroken poot. Je moet echt heel veel mensen kennen.'

 

Goedkoper

Zelf interimmers afbellen doet ondernemer Ilona Tjon nauwelijks nog sinds zij drie jaar geleden met de website Interim Juristen Bank begon. In plaats van dat opdrachtgevers haar vragen om een passende interimmer te vinden, laat zij haar site het matchwerk doen. Een bedrijf of advocatenkantoor plaatst een opdracht, en de circa 600 aangemelde juristen krijgen een melding. Als de interimmer de juiste expertise heeft en de opdrachtgever akkoord is met het tarief, kan de opdracht beginnen.

Met de Juristenbank had Tjon naar eigen zeggen in 2017 een primeur. Dat geldt ook voor het verdienmodel, dat afwijkt van dat van een traditionele headhunter. 'Bedrijven betalen eenmalig €750 per geplaatste opdracht', zegt ze. 'Dat is een stuk goedkoper voor het bedrijf, want die hoeft nu niet meer drie, of soms zes maanden een vergoeding op het uurtarief van de interimmer te betalen.' Headhunters rekenen gemiddeld een commissie van 25 tot 30% per uur, weet Tjon uit ervaring.

 

Explosieve groei

Tjong, Rooymans en Dullaert bevinden zich met hun bedrijven op een markt die de afgelopen jaren explosief is gegroeid. De Britse recruiter Robert Walters maakt daarvan melding in zijn laatste halfjaarverslag. Een goede 22% van de omzet wereldwijd komt uit de juridische sector. In 2016 was dat 4%. De Nederlandse vestiging levert een flinke bijdrage. De recruiter noemt ons land een 'sterke markt' waar de 'behoefte aan tijdelijke krachten groot is'.

Ook de deelomzet van detacheringsreus DPA is illustratief. De juridische tak van het bedrijf was in 2019 goed voor een omzet van €26,5 mln op een totale netto-omzet van €151,7 mln in Nederland. De poot was daarmee goed voor een derde van de bruto-winst van de detacheerder, die overigens niet met interimmers werkt maar tijdelijke krachten zelf in loondienst heeft.

 

Spaargeld

Veel interim juristen hebben het nu zwaar, weet Rooymans. Een recente rondvraag onder zo'n 500 zelfstandigen leerde hem dat 39% van hen vindt dat er momenteel te weinig opdrachten binnenkomen. Een jaar geleden gold dat voor precies een kwart van de groep. De pijn van deze groep freelancers is overigens relatief,merkt hij op. In tegenstelling tot bijvoorbeeld een werkloze barman, kunnen de meesten van hen een crisis als deze met spaargeld overbruggen.

Dullaert heeft er met Le Tableau al één grote crisis op zitten, die van 2008. Daar is het bedrijf sterker uitgekomen, zegt ze. Onder invloed van hun Britse en Amerikaanse concurrenten hebben ook Nederlandse kantoren in die jaren nauwkeurig naar hun personeelsuitgaven gekeken en waar mogelijk geschrapt in de vaste posten. Toen de economie aantrok, werden veel lege stoelen met flexers opgevuld, wat Le Tableau een hoop werk opleverde. 

Of dat ook nu weer gebeurt? 'We gaan afwachten hoe het tweede halfjaar zich ontwikkelt', zegt Dullaert. Eén ding is zeker, de advocaat als uitzendkracht is een blijvertje, haar bureau mag er nu zelfs mee adverteren in het Advocatenblad

 

 

 

Christ'l Dullaert

Christ'l Dullaert

Christ'l is Partner van Le Tableau BV, meer dan 10 jaar gespecialiseerd in tijdelijke plaatsingen van advocaten en kandidaat-notarissen.

© 2005-2020 Le Tableau. Alle rechten voorbehouden.